HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prolongeren — definition

Conjugation of prolongeren

Regular CEFR C1
ˌproː.lɔŋˈɣeː.rə(n)

ergens de tijdsduur van verlengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik prolongeer
jij / je prolongeert
hij / zij / het prolongeert
wij / we prolongeren
jullie prolongeren
zij / ze prolongeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik prolongeerde
jij / je prolongeerde
hij / zij / het prolongeerde
wij / we prolongeerden
jullie prolongeerden
zij / ze prolongeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prolongere
jij / je prolongere
hij / zij / het prolongere
wij / we prolongeren
jullie prolongeren
zij / ze prolongeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik prolongeerde
jij / je prolongeerde
hij / zij / het prolongeerde
wij / we prolongeerden
jullie prolongeerden
zij / ze prolongeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij prolongeer
jullie (archaïsch) prolongeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
prolongeren
Tegenwoordig deelwoord
prolongerend
Voltooid deelwoord
geprolongeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary