HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prognosticeren — definición

Conjugation of prognosticeren

Regular CEFR C2
/ˌprɔxnɔstiˈserə(n)/

op basis van kennis en kunde een onderbouwde voorspelling doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik prognosticeer
jij / je prognosticeert
hij / zij / het prognosticeert
wij / we prognosticeren
jullie prognosticeren
zij / ze prognosticeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik prognosticeerde
jij / je prognosticeerde
hij / zij / het prognosticeerde
wij / we prognosticeerden
jullie prognosticeerden
zij / ze prognosticeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prognosticere
jij / je prognosticere
hij / zij / het prognosticere
wij / we prognosticeren
jullie prognosticeren
zij / ze prognosticeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik prognosticeerde
jij / je prognosticeerde
hij / zij / het prognosticeerde
wij / we prognosticeerden
jullie prognosticeerden
zij / ze prognosticeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij prognosticeer
jullie (archaïsch) prognosticeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
prognosticeren
Tegenwoordig deelwoord
prognosticerend
Voltooid deelwoord
geprognosticeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary