HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prikken — definition

Conjugation of prikken

Regular CEFR C1
ˈprɪkə(n)

een prik of steek toedienen, met een dun voorwerp doorboren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik prik
jij / je prikt
hij / zij / het prikt
wij / we prikken
jullie prikken
zij / ze prikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik prikte
jij / je prikte
hij / zij / het prikte
wij / we prikten
jullie prikten
zij / ze prikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prikke
jij / je prikke
hij / zij / het prikke
wij / we prikken
jullie prikken
zij / ze prikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik prikte
jij / je prikte
hij / zij / het prikte
wij / we prikten
jullie prikten
zij / ze prikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij prik
jullie (archaïsch) prikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
prikken
Tegenwoordig deelwoord
prikkend
Voltooid deelwoord
geprikt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary