HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← priegelen — definition

Conjugation of priegelen

Regular CEFR B2

Een heel moeilijk, fijn mechanisch werkje verrichten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik priegel
jij / je priegelt
hij / zij / het priegelt
wij / we priegelen
jullie priegelen
zij / ze priegelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik priegelde
jij / je priegelde
hij / zij / het priegelde
wij / we priegelden
jullie priegelden
zij / ze priegelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik priegele
jij / je priegele
hij / zij / het priegele
wij / we priegelen
jullie priegelen
zij / ze priegelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik priegelde
jij / je priegelde
hij / zij / het priegelde
wij / we priegelden
jullie priegelden
zij / ze priegelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij priegel
jullie (archaïsch) priegelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
priegelen
Tegenwoordig deelwoord
priegelend
Voltooid deelwoord
gepriegeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary