HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← preken — definición

Conjugation of preken

Regular CEFR C2
/ˈpreː.kə(n)/

een preek houden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik preek
jij / je preekt
hij / zij / het preekt
wij / we preken
jullie preken
zij / ze preken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik preekte
jij / je preekte
hij / zij / het preekte
wij / we preekten
jullie preekten
zij / ze preekten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik preke
jij / je preke
hij / zij / het preke
wij / we preken
jullie preken
zij / ze preken
Aanvoegende wijs — verleden
ik preekte
jij / je preekte
hij / zij / het preekte
wij / we preekten
jullie preekten
zij / ze preekten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij preek
jullie (archaïsch) preekt

Onbepaalde vormen

Infinitief
preken
Tegenwoordig deelwoord
prekend
Voltooid deelwoord
gepreekt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary