HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prederen — definition

Conjugation of prederen

Regular CEFR B2

to predate, to prey on something Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik predeer
jij / je predeert
hij / zij / het predeert
wij / we prederen
jullie prederen
zij / ze prederen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik predeerde
jij / je predeerde
hij / zij / het predeerde
wij / we predeerden
jullie predeerden
zij / ze predeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik predere
jij / je predere
hij / zij / het predere
wij / we prederen
jullie prederen
zij / ze prederen
Aanvoegende wijs — verleden
ik predeerde
jij / je predeerde
hij / zij / het predeerde
wij / we predeerden
jullie predeerden
zij / ze predeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij predeer
jullie (archaïsch) predeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
prederen
Tegenwoordig deelwoord
prederend
Voltooid deelwoord
gepredeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary