HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← prakken — definition

Conjugation of prakken

Regular CEFR B1
ˈprɑ.kə(n)

fijndrukken, meestal met een vork Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik prak
jij / je prakt
hij / zij / het prakt
wij / we prakken
jullie prakken
zij / ze prakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik prakte
jij / je prakte
hij / zij / het prakte
wij / we prakten
jullie prakten
zij / ze prakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik prakke
jij / je prakke
hij / zij / het prakke
wij / we prakken
jullie prakken
zij / ze prakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik prakte
jij / je prakte
hij / zij / het prakte
wij / we prakten
jullie prakten
zij / ze prakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij prak
jullie (archaïsch) prakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
prakken
Tegenwoordig deelwoord
prakkend
Voltooid deelwoord
geprakt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary