HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← potten — definition

Conjugation of potten

Regular CEFR C2
ˈpɔtə(n)

meervoud verleden tijd van potten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pot
jij / je pot
hij / zij / het pot
wij / we potten
jullie potten
zij / ze potten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik potte
jij / je potte
hij / zij / het potte
wij / we potten
jullie potten
zij / ze potten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik potte
jij / je potte
hij / zij / het potte
wij / we potten
jullie potten
zij / ze potten
Aanvoegende wijs — verleden
ik potte
jij / je potte
hij / zij / het potte
wij / we potten
jullie potten
zij / ze potten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pot
jullie (archaïsch) pot

Onbepaalde vormen

Infinitief
potten
Tegenwoordig deelwoord
pottend
Voltooid deelwoord
gepot

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary