HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← poolen — definition

Conjugation of poolen

Regular CEFR C2
ˈpuːlə(n)

een pool maken van, in één pot doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pool
jij / je poolt
hij / zij / het poolt
wij / we poolen
jullie poolen
zij / ze poolen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik poolde
jij / je poolde
hij / zij / het poolde
wij / we poolden
jullie poolden
zij / ze poolden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik poole
jij / je poole
hij / zij / het poole
wij / we poolen
jullie poolen
zij / ze poolen
Aanvoegende wijs — verleden
ik poolde
jij / je poolde
hij / zij / het poolde
wij / we poolden
jullie poolden
zij / ze poolden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pool
jullie (archaïsch) poolt

Onbepaalde vormen

Infinitief
poolen
Tegenwoordig deelwoord
poolend
Voltooid deelwoord
gepoold

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary