HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← poneren — definición

Conjugation of poneren

Regular CEFR B1
/poːˈneːrə(n)/

stellen, voordragen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik poneer
jij / je poneert
hij / zij / het poneert
wij / we poneren
jullie poneren
zij / ze poneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik poneerde
jij / je poneerde
hij / zij / het poneerde
wij / we poneerden
jullie poneerden
zij / ze poneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ponere
jij / je ponere
hij / zij / het ponere
wij / we poneren
jullie poneren
zij / ze poneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik poneerde
jij / je poneerde
hij / zij / het poneerde
wij / we poneerden
jullie poneerden
zij / ze poneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij poneer
jullie (archaïsch) poneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
poneren
Tegenwoordig deelwoord
ponerend
Voltooid deelwoord
geponeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary