HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← polsen — definición

Conjugation of polsen

Regular CEFR C1
/ˈpɔl.sə(n)/

iemand vragen naar zijn mening, interesse voor iets Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pols
jij / je polst
hij / zij / het polst
wij / we polsen
jullie polsen
zij / ze polsen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik polste
jij / je polste
hij / zij / het polste
wij / we polsten
jullie polsten
zij / ze polsten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik polse
jij / je polse
hij / zij / het polse
wij / we polsen
jullie polsen
zij / ze polsen
Aanvoegende wijs — verleden
ik polste
jij / je polste
hij / zij / het polste
wij / we polsten
jullie polsten
zij / ze polsten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pols
jullie (archaïsch) polst

Onbepaalde vormen

Infinitief
polsen
Tegenwoordig deelwoord
polsend
Voltooid deelwoord
gepolst

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary