HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← polderen — definition

Conjugation of polderen

Regular CEFR B2
ˈpɔl.də.rə(n)

compromissen sluiten en samenwerken als kernpunt van politiek beleid. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik polder
jij / je poldert
hij / zij / het poldert
wij / we polderen
jullie polderen
zij / ze polderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik polderde
jij / je polderde
hij / zij / het polderde
wij / we polderden
jullie polderden
zij / ze polderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik poldere
jij / je poldere
hij / zij / het poldere
wij / we polderen
jullie polderen
zij / ze polderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik polderde
jij / je polderde
hij / zij / het polderde
wij / we polderden
jullie polderden
zij / ze polderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij polder
jullie (archaïsch) poldert

Onbepaalde vormen

Infinitief
polderen
Tegenwoordig deelwoord
polderend
Voltooid deelwoord
gepolderd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary