Conjugation of pointilleren
/ˌpʋɑn.tiˈleː.rə(n)/to paint in the pointillé technique Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | pointilleer |
| jij / je | pointilleert |
| hij / zij / het | pointilleert |
| wij / we | pointilleren |
| jullie | pointilleren |
| zij / ze | pointilleren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | pointilleerde |
| jij / je | pointilleerde |
| hij / zij / het | pointilleerde |
| wij / we | pointilleerden |
| jullie | pointilleerden |
| zij / ze | pointilleerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | pointillere |
| jij / je | pointillere |
| hij / zij / het | pointillere |
| wij / we | pointilleren |
| jullie | pointilleren |
| zij / ze | pointilleren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | pointilleerde |
| jij / je | pointilleerde |
| hij / zij / het | pointilleerde |
| wij / we | pointilleerden |
| jullie | pointilleerden |
| zij / ze | pointilleerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | pointilleer |
| jullie (archaïsch) | pointilleert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | pointilleren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | pointillerend |
Voltooid deelwoord
| — | gepointilleerd |