HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pogen — definition

Conjugation of pogen

Regular CEFR B1
ˈpoː.ɣən

iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik poog
jij / je poogt
hij / zij / het poogt
wij / we pogen
jullie pogen
zij / ze pogen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik poogde
jij / je poogde
hij / zij / het poogde
wij / we poogden
jullie poogden
zij / ze poogden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik poge
jij / je poge
hij / zij / het poge
wij / we pogen
jullie pogen
zij / ze pogen
Aanvoegende wijs — verleden
ik poogde
jij / je poogde
hij / zij / het poogde
wij / we poogden
jullie poogden
zij / ze poogden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij poog
jullie (archaïsch) poogt

Onbepaalde vormen

Infinitief
pogen
Tegenwoordig deelwoord
pogend
Voltooid deelwoord
gepoogd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary