HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← poepen — definición

Conjugation of poepen

Regular CEFR C1
/ˈpu.pə(n)/

poep uitwerpen, zijn behoefte doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik poep
jij / je poept
hij / zij / het poept
wij / we poepen
jullie poepen
zij / ze poepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik poepte
jij / je poepte
hij / zij / het poepte
wij / we poepten
jullie poepten
zij / ze poepten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik poepe
jij / je poepe
hij / zij / het poepe
wij / we poepen
jullie poepen
zij / ze poepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik poepte
jij / je poepte
hij / zij / het poepte
wij / we poepten
jullie poepten
zij / ze poepten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij poep
jullie (archaïsch) poept

Onbepaalde vormen

Infinitief
poepen
Tegenwoordig deelwoord
poepend
Voltooid deelwoord
gepoept

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary