HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← plunderen — definition

Conjugation of plunderen

Regular CEFR C2
ˈplʏn.də.rə(n)

met geweld zich roerende goederen toe-eigenen (uit de woning van) iemand anders Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik plunder
jij / je plundert
hij / zij / het plundert
wij / we plunderen
jullie plunderen
zij / ze plunderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plunderde
jij / je plunderde
hij / zij / het plunderde
wij / we plunderden
jullie plunderden
zij / ze plunderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plundere
jij / je plundere
hij / zij / het plundere
wij / we plunderen
jullie plunderen
zij / ze plunderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik plunderde
jij / je plunderde
hij / zij / het plunderde
wij / we plunderden
jullie plunderden
zij / ze plunderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij plunder
jullie (archaïsch) plundert

Onbepaalde vormen

Infinitief
plunderen
Tegenwoordig deelwoord
plunderend
Voltooid deelwoord
geplunderd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary