HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ploeteren — definición

Conjugation of ploeteren

Regular CEFR C2
/ˈplu.tə.rə(n)/

met grote moeite ergens heen gaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ploeter
jij / je ploetert
hij / zij / het ploetert
wij / we ploeteren
jullie ploeteren
zij / ze ploeteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ploeterde
jij / je ploeterde
hij / zij / het ploeterde
wij / we ploeterden
jullie ploeterden
zij / ze ploeterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ploetere
jij / je ploetere
hij / zij / het ploetere
wij / we ploeteren
jullie ploeteren
zij / ze ploeteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ploeterde
jij / je ploeterde
hij / zij / het ploeterde
wij / we ploeterden
jullie ploeterden
zij / ze ploeterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ploeter
jullie (archaïsch) ploetert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ploeteren
Tegenwoordig deelwoord
ploeterend
Voltooid deelwoord
geploeterd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary