HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← plenzen — definition

Conjugation of plenzen

Regular CEFR B1

veel vloeistof ineens uitstorten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik plens
jij / je plenst
hij / zij / het plenst
wij / we plenzen
jullie plenzen
zij / ze plenzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plensde
jij / je plensde
hij / zij / het plensde
wij / we plensden
jullie plensden
zij / ze plensden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plenze
jij / je plenze
hij / zij / het plenze
wij / we plenzen
jullie plenzen
zij / ze plenzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik plensde
jij / je plensde
hij / zij / het plensde
wij / we plensden
jullie plensden
zij / ze plensden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij plens
jullie (archaïsch) plenst

Onbepaalde vormen

Infinitief
plenzen
Tegenwoordig deelwoord
plenzend
Voltooid deelwoord
geplensd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary