HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← plengen — definition

Conjugation of plengen

Regular CEFR B1
ˈplɛ.ŋə(n)

een traan ~: huilen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pleng
jij / je plengt
hij / zij / het plengt
wij / we plengen
jullie plengen
zij / ze plengen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plengde
jij / je plengde
hij / zij / het plengde
wij / we plengden
jullie plengden
zij / ze plengden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plenge
jij / je plenge
hij / zij / het plenge
wij / we plengen
jullie plengen
zij / ze plengen
Aanvoegende wijs — verleden
ik plengde
jij / je plengde
hij / zij / het plengde
wij / we plengden
jullie plengden
zij / ze plengden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pleng
jullie (archaïsch) plengt

Onbepaalde vormen

Infinitief
plengen
Tegenwoordig deelwoord
plengend
Voltooid deelwoord
geplengd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary