HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← plassen — definition

Conjugation of plassen

Regular CEFR B1
ˈplɑ.sə(n)

met behulp van water iets schoonmaken; in deze betekenis vooral in de uitdrukking [zij houden van] wassen en plassen (waarbij het soms ook bet. 1 kan gaan) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik plas
jij / je plast
hij / zij / het plast
wij / we plassen
jullie plassen
zij / ze plassen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plaste
jij / je plaste
hij / zij / het plaste
wij / we plasten
jullie plasten
zij / ze plasten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plasse
jij / je plasse
hij / zij / het plasse
wij / we plassen
jullie plassen
zij / ze plassen
Aanvoegende wijs — verleden
ik plaste
jij / je plaste
hij / zij / het plaste
wij / we plasten
jullie plasten
zij / ze plasten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij plas
jullie (archaïsch) plast

Onbepaalde vormen

Infinitief
plassen
Tegenwoordig deelwoord
plassend
Voltooid deelwoord
geplast

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary