HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pissen — definición

Conjugation of pissen

Regular CEFR B2
/ˈpɪ.sə(n)/

vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen via de urinebuis Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pis
jij / je pist
hij / zij / het pist
wij / we pissen
jullie pissen
zij / ze pissen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik piste
jij / je piste
hij / zij / het piste
wij / we pisten
jullie pisten
zij / ze pisten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pisse
jij / je pisse
hij / zij / het pisse
wij / we pissen
jullie pissen
zij / ze pissen
Aanvoegende wijs — verleden
ik piste
jij / je piste
hij / zij / het piste
wij / we pisten
jullie pisten
zij / ze pisten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pis
jullie (archaïsch) pist

Onbepaalde vormen

Infinitief
pissen
Tegenwoordig deelwoord
pissend
Voltooid deelwoord
gepist

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary