HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pipetteren — definition

Conjugation of pipetteren

Regular CEFR B2
ˌpi.pɛˈteː.rə(n)

met een pipet vloeistof overbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pipetteer
jij / je pipetteert
hij / zij / het pipetteert
wij / we pipetteren
jullie pipetteren
zij / ze pipetteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pipetteerde
jij / je pipetteerde
hij / zij / het pipetteerde
wij / we pipetteerden
jullie pipetteerden
zij / ze pipetteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pipettere
jij / je pipettere
hij / zij / het pipettere
wij / we pipetteren
jullie pipetteren
zij / ze pipetteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik pipetteerde
jij / je pipetteerde
hij / zij / het pipetteerde
wij / we pipetteerden
jullie pipetteerden
zij / ze pipetteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pipetteer
jullie (archaïsch) pipetteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
pipetteren
Tegenwoordig deelwoord
pipetterend
Voltooid deelwoord
gepipetteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary