HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← piercen — definition

Conjugation of piercen

Regular CEFR C2
ˈpiːr.sə(n)

het aanbrengen van voorwerpen door doorboring van de huid Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pierce
jij / je piercet
hij / zij / het piercet
wij / we piercen
jullie piercen
zij / ze piercen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik piercete
jij / je piercete
hij / zij / het piercete
wij / we pierceten
jullie pierceten
zij / ze pierceten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pierce
jij / je pierce
hij / zij / het pierce
wij / we piercen
jullie piercen
zij / ze piercen
Aanvoegende wijs — verleden
ik piercete
jij / je piercete
hij / zij / het piercete
wij / we pierceten
jullie pierceten
zij / ze pierceten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pierce
jullie (archaïsch) piercet

Onbepaalde vormen

Infinitief
piercen
Tegenwoordig deelwoord
piercend
Voltooid deelwoord
gepiercet

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary