HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← peuteren — definición

Conjugation of peuteren

Regular CEFR C2
/ˈpøː.tə.rə(n)/

met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten (om er iets uit te halen) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik peuter
jij / je peutert
hij / zij / het peutert
wij / we peuteren
jullie peuteren
zij / ze peuteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik peuterde
jij / je peuterde
hij / zij / het peuterde
wij / we peuterden
jullie peuterden
zij / ze peuterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik peutere
jij / je peutere
hij / zij / het peutere
wij / we peuteren
jullie peuteren
zij / ze peuteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik peuterde
jij / je peuterde
hij / zij / het peuterde
wij / we peuterden
jullie peuterden
zij / ze peuterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij peuter
jullie (archaïsch) peutert

Onbepaalde vormen

Infinitief
peuteren
Tegenwoordig deelwoord
peuterend
Voltooid deelwoord
gepeuterd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary