HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← permitteren — definition

Conjugation of permitteren

Regular CEFR C2

zich iets kunnen veroorloven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik permitteer
jij / je permitteert
hij / zij / het permitteert
wij / we permitteren
jullie permitteren
zij / ze permitteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik permitteerde
jij / je permitteerde
hij / zij / het permitteerde
wij / we permitteerden
jullie permitteerden
zij / ze permitteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik permittere
jij / je permittere
hij / zij / het permittere
wij / we permitteren
jullie permitteren
zij / ze permitteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik permitteerde
jij / je permitteerde
hij / zij / het permitteerde
wij / we permitteerden
jullie permitteerden
zij / ze permitteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij permitteer
jullie (archaïsch) permitteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
permitteren
Tegenwoordig deelwoord
permitterend
Voltooid deelwoord
gepermitteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary