HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pensioneren — definición

Conjugation of pensioneren

Regular CEFR C1

zich terugtrekken uit de arbeidsmarkt en van pensioen genieten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pensioneer
jij / je pensioneert
hij / zij / het pensioneert
wij / we pensioneren
jullie pensioneren
zij / ze pensioneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pensioneerde
jij / je pensioneerde
hij / zij / het pensioneerde
wij / we pensioneerden
jullie pensioneerden
zij / ze pensioneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pensionere
jij / je pensionere
hij / zij / het pensionere
wij / we pensioneren
jullie pensioneren
zij / ze pensioneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik pensioneerde
jij / je pensioneerde
hij / zij / het pensioneerde
wij / we pensioneerden
jullie pensioneerden
zij / ze pensioneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pensioneer
jullie (archaïsch) pensioneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
pensioneren
Tegenwoordig deelwoord
pensionerend
Voltooid deelwoord
gepensioneerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary