HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pauzeren — definition

Conjugation of pauzeren

Regular CEFR C2

even stoppen met een bezigheid Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pauzeer
jij / je pauzeert
hij / zij / het pauzeert
wij / we pauzeren
jullie pauzeren
zij / ze pauzeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pauzeerde
jij / je pauzeerde
hij / zij / het pauzeerde
wij / we pauzeerden
jullie pauzeerden
zij / ze pauzeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pauzere
jij / je pauzere
hij / zij / het pauzere
wij / we pauzeren
jullie pauzeren
zij / ze pauzeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik pauzeerde
jij / je pauzeerde
hij / zij / het pauzeerde
wij / we pauzeerden
jullie pauzeerden
zij / ze pauzeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pauzeer
jullie (archaïsch) pauzeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
pauzeren
Tegenwoordig deelwoord
pauzerend
Voltooid deelwoord
gepauzeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary