HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← passen — definition

Conjugation of passen

Regular CEFR A2
ˈpɑsə(n)

precies de goede maat zijn, erin kunnen (van kleding, schoenen e.d.) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pas
jij / je past
hij / zij / het past
wij / we passen
jullie passen
zij / ze passen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik paste
jij / je paste
hij / zij / het paste
wij / we pasten
jullie pasten
zij / ze pasten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik passe
jij / je passe
hij / zij / het passe
wij / we passen
jullie passen
zij / ze passen
Aanvoegende wijs — verleden
ik paste
jij / je paste
hij / zij / het paste
wij / we pasten
jullie pasten
zij / ze pasten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pas
jullie (archaïsch) past

Onbepaalde vormen

Infinitief
passen
Tegenwoordig deelwoord
passend
Voltooid deelwoord
gepast

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary