HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← participeren — definition

Conjugation of participeren

Regular CEFR C1
ˌpɑrtisiˈpeːrə(n)

investeren in een rechtspersoon om daar een blijvende band mee te scheppen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik participeer
jij / je participeert
hij / zij / het participeert
wij / we participeren
jullie participeren
zij / ze participeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik participeerde
jij / je participeerde
hij / zij / het participeerde
wij / we participeerden
jullie participeerden
zij / ze participeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik participere
jij / je participere
hij / zij / het participere
wij / we participeren
jullie participeren
zij / ze participeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik participeerde
jij / je participeerde
hij / zij / het participeerde
wij / we participeerden
jullie participeerden
zij / ze participeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij participeer
jullie (archaïsch) participeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
participeren
Tegenwoordig deelwoord
participerend
Voltooid deelwoord
geparticipeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary