HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← parkeren — definición

Conjugation of parkeren

Regular CEFR B2
/ˌpɑrˈkeː.rə(n)/

tijdelijk ergens plaatsen en laten staan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik parkeer
jij / je parkeert
hij / zij / het parkeert
wij / we parkeren
jullie parkeren
zij / ze parkeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik parkeerde
jij / je parkeerde
hij / zij / het parkeerde
wij / we parkeerden
jullie parkeerden
zij / ze parkeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik parkere
jij / je parkere
hij / zij / het parkere
wij / we parkeren
jullie parkeren
zij / ze parkeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik parkeerde
jij / je parkeerde
hij / zij / het parkeerde
wij / we parkeerden
jullie parkeerden
zij / ze parkeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij parkeer
jullie (archaïsch) parkeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
parkeren
Tegenwoordig deelwoord
parkerend
Voltooid deelwoord
geparkeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary