HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pareren — definition

Conjugation of pareren

Regular CEFR B1
paːˈreː.rə(n)

afweren, afwenden of tegenhouden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pareer
jij / je pareert
hij / zij / het pareert
wij / we pareren
jullie pareren
zij / ze pareren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pareerde
jij / je pareerde
hij / zij / het pareerde
wij / we pareerden
jullie pareerden
zij / ze pareerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik parere
jij / je parere
hij / zij / het parere
wij / we pareren
jullie pareren
zij / ze pareren
Aanvoegende wijs — verleden
ik pareerde
jij / je pareerde
hij / zij / het pareerde
wij / we pareerden
jullie pareerden
zij / ze pareerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pareer
jullie (archaïsch) pareert

Onbepaalde vormen

Infinitief
pareren
Tegenwoordig deelwoord
parerend
Voltooid deelwoord
gepareerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary