HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pappen — definition

Conjugation of pappen

Regular CEFR C2
ˈpɑpə(n)

iets met een pap, stijfsel (e.d.) bestrijken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pap
jij / je papt
hij / zij / het papt
wij / we pappen
jullie pappen
zij / ze pappen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik papte
jij / je papte
hij / zij / het papte
wij / we papten
jullie papten
zij / ze papten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pappe
jij / je pappe
hij / zij / het pappe
wij / we pappen
jullie pappen
zij / ze pappen
Aanvoegende wijs — verleden
ik papte
jij / je papte
hij / zij / het papte
wij / we papten
jullie papten
zij / ze papten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pap
jullie (archaïsch) papt

Onbepaalde vormen

Infinitief
pappen
Tegenwoordig deelwoord
pappend
Voltooid deelwoord
gepapt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary