HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pamperen — definition

Conjugation of pamperen

Regular CEFR B2
ˈpɛm.pə.rə(n)

zoveel voor iemand zorgen dat deze persoon niet meer zelfstandig kan handelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pamper
jij / je pampert
hij / zij / het pampert
wij / we pamperen
jullie pamperen
zij / ze pamperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pamperde
jij / je pamperde
hij / zij / het pamperde
wij / we pamperden
jullie pamperden
zij / ze pamperden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pampere
jij / je pampere
hij / zij / het pampere
wij / we pamperen
jullie pamperen
zij / ze pamperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik pamperde
jij / je pamperde
hij / zij / het pamperde
wij / we pamperden
jullie pamperden
zij / ze pamperden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pamper
jullie (archaïsch) pampert

Onbepaalde vormen

Infinitief
pamperen
Tegenwoordig deelwoord
pamperend
Voltooid deelwoord
gepamperd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary