HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pakken — definition

Conjugation of pakken

Regular CEFR A1
ˈpɑkə(n)

door het weloverwogen vullen of laden met spullen gereedmaken om op reis mee te nemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pak
jij / je pakt
hij / zij / het pakt
wij / we pakken
jullie pakken
zij / ze pakken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pakte
jij / je pakte
hij / zij / het pakte
wij / we pakten
jullie pakten
zij / ze pakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pakke
jij / je pakke
hij / zij / het pakke
wij / we pakken
jullie pakken
zij / ze pakken
Aanvoegende wijs — verleden
ik pakte
jij / je pakte
hij / zij / het pakte
wij / we pakten
jullie pakten
zij / ze pakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pak
jullie (archaïsch) pakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
pakken
Tegenwoordig deelwoord
pakkend
Voltooid deelwoord
gepakt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary