HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← paffen — definición

Conjugation of paffen

Regular CEFR B1
/ˈpɑ.fə(n)/

tabak roken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik paf
jij / je paft
hij / zij / het paft
wij / we paffen
jullie paffen
zij / ze paffen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pafte
jij / je pafte
hij / zij / het pafte
wij / we paften
jullie paften
zij / ze paften

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik paffe
jij / je paffe
hij / zij / het paffe
wij / we paffen
jullie paffen
zij / ze paffen
Aanvoegende wijs — verleden
ik pafte
jij / je pafte
hij / zij / het pafte
wij / we paften
jullie paften
zij / ze paften

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij paf
jullie (archaïsch) paft

Onbepaalde vormen

Infinitief
paffen
Tegenwoordig deelwoord
paffend
Voltooid deelwoord
gepaft

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary