Conjugation of overwaarderen
/ˈoː.vər.ʋaːrˌdeː.rə(n)/iets belangrijker vinden dan dat het eigenlijk is Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overwaardeer |
| jij / je | overwaardeert |
| hij / zij / het | overwaardeert |
| wij / we | overwaarderen |
| jullie | overwaarderen |
| zij / ze | overwaarderen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overwaardeerde |
| jij / je | overwaardeerde |
| hij / zij / het | overwaardeerde |
| wij / we | overwaardeerden |
| jullie | overwaardeerden |
| zij / ze | overwaardeerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overwaardere |
| jij / je | overwaardere |
| hij / zij / het | overwaardere |
| wij / we | overwaarderen |
| jullie | overwaarderen |
| zij / ze | overwaarderen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overwaardeerde |
| jij / je | overwaardeerde |
| hij / zij / het | overwaardeerde |
| wij / we | overwaardeerden |
| jullie | overwaardeerden |
| zij / ze | overwaardeerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overwaardeer |
| jullie (archaïsch) | overwaardeert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overwaarderen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overwaarderend |
Voltooid deelwoord
| — | overwaardeerd |