Conjugation of overvreten
/ˌoː.vərˈvreː.tə(n)/zich ~ vreten totdat men er last van krijgt Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overvreet |
| jij / je | overvreet |
| hij / zij / het | overvreet |
| wij / we | overvreten |
| jullie | overvreten |
| zij / ze | overvreten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overvrat |
| jij / je | overvrat |
| hij / zij / het | overvrat |
| wij / we | overvraten |
| jullie | overvraten |
| zij / ze | overvraten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overvrete |
| jij / je | overvrete |
| hij / zij / het | overvrete |
| wij / we | overvreten |
| jullie | overvreten |
| zij / ze | overvreten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overvrate |
| jij / je | overvrate |
| hij / zij / het | overvrate |
| wij / we | overvraten |
| jullie | overvraten |
| zij / ze | overvraten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overvreet |
| jullie (archaïsch) | overvreet |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overvreten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overvretend |
Voltooid deelwoord
| — | overvreten |