Conjugation of oververhitten
/ˌoː.vər.vərˈɦɪ.tən/meervoud verleden tijd van oververhitten Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | oververhit |
| jij / je | oververhit |
| hij / zij / het | oververhit |
| wij / we | oververhitten |
| jullie | oververhitten |
| zij / ze | oververhitten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | oververhitte |
| jij / je | oververhitte |
| hij / zij / het | oververhitte |
| wij / we | oververhitten |
| jullie | oververhitten |
| zij / ze | oververhitten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | oververhitte |
| jij / je | oververhitte |
| hij / zij / het | oververhitte |
| wij / we | oververhitten |
| jullie | oververhitten |
| zij / ze | oververhitten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | oververhitte |
| jij / je | oververhitte |
| hij / zij / het | oververhitte |
| wij / we | oververhitten |
| jullie | oververhitten |
| zij / ze | oververhitten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | oververhit |
| jullie (archaïsch) | oververhit |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | oververhitten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | oververhittend |
Voltooid deelwoord
| — | oververhit |