Conjugation of overtroeven
/ˌoː.vərˈtru.və(n)/nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overtroef |
| jij / je | overtroeft |
| hij / zij / het | overtroeft |
| wij / we | overtroeven |
| jullie | overtroeven |
| zij / ze | overtroeven |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overtroefde |
| jij / je | overtroefde |
| hij / zij / het | overtroefde |
| wij / we | overtroefden |
| jullie | overtroefden |
| zij / ze | overtroefden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overtroeve |
| jij / je | overtroeve |
| hij / zij / het | overtroeve |
| wij / we | overtroeven |
| jullie | overtroeven |
| zij / ze | overtroeven |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overtroefde |
| jij / je | overtroefde |
| hij / zij / het | overtroefde |
| wij / we | overtroefden |
| jullie | overtroefden |
| zij / ze | overtroefden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overtroef |
| jullie (archaïsch) | overtroeft |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overtroeven |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overtroevend |
Voltooid deelwoord
| — | overtroefd |