Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overtoep |
| jij / je | overtoept |
| hij / zij / het | overtoept |
| wij / we | overtoepen |
| jullie | overtoepen |
| zij / ze | overtoepen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overtoepte |
| jij / je | overtoepte |
| hij / zij / het | overtoepte |
| wij / we | overtoepten |
| jullie | overtoepten |
| zij / ze | overtoepten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overtoepe |
| jij / je | overtoepe |
| hij / zij / het | overtoepe |
| wij / we | overtoepen |
| jullie | overtoepen |
| zij / ze | overtoepen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overtoepte |
| jij / je | overtoepte |
| hij / zij / het | overtoepte |
| wij / we | overtoepten |
| jullie | overtoepten |
| zij / ze | overtoepten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overtoep |
| jullie (archaïsch) | overtoept |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overtoepen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overtoepend |
Voltooid deelwoord
| — | overtoept |