Conjugation of overstelpen
/ˌoː.vərˈstɛl.pə(n)/overladen met allerlei zaken Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overstelp |
| jij / je | overstelpt |
| hij / zij / het | overstelpt |
| wij / we | overstelpen |
| jullie | overstelpen |
| zij / ze | overstelpen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overstelpte |
| jij / je | overstelpte |
| hij / zij / het | overstelpte |
| wij / we | overstelpten |
| jullie | overstelpten |
| zij / ze | overstelpten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overstelpe |
| jij / je | overstelpe |
| hij / zij / het | overstelpe |
| wij / we | overstelpen |
| jullie | overstelpen |
| zij / ze | overstelpen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overstelpte |
| jij / je | overstelpte |
| hij / zij / het | overstelpte |
| wij / we | overstelpten |
| jullie | overstelpten |
| zij / ze | overstelpten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overstelp |
| jullie (archaïsch) | overstelpt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overstelpen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overstelpend |
Voltooid deelwoord
| — | overstelpt |