HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overschatten — definition

Conjugation of overschatten

Regular CEFR C1
ˌoː.vərˈsxɑ.tə(n)

iets groter of van groter belang inschatten dan het in werkelijkheid blijkt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overschat
jij / je overschat
hij / zij / het overschat
wij / we overschatten
jullie overschatten
zij / ze overschatten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overschatte
jij / je overschatte
hij / zij / het overschatte
wij / we overschatten
jullie overschatten
zij / ze overschatten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overschatte
jij / je overschatte
hij / zij / het overschatte
wij / we overschatten
jullie overschatten
zij / ze overschatten
Aanvoegende wijs — verleden
ik overschatte
jij / je overschatte
hij / zij / het overschatte
wij / we overschatten
jullie overschatten
zij / ze overschatten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overschat
jullie (archaïsch) overschat

Onbepaalde vormen

Infinitief
overschatten
Tegenwoordig deelwoord
overschattend
Voltooid deelwoord
overschat

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary