HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overnoemen — definition

Conjugation of overnoemen

Regular CEFR B2
ˌoːvərˈnu.mə(n)

een andere naam geven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overnoem
jij / je overnoemt
hij / zij / het overnoemt
wij / we overnoemen
jullie overnoemen
zij / ze overnoemen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overnoemde
jij / je overnoemde
hij / zij / het overnoemde
wij / we overnoemden
jullie overnoemden
zij / ze overnoemden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overnoeme
jij / je overnoeme
hij / zij / het overnoeme
wij / we overnoemen
jullie overnoemen
zij / ze overnoemen
Aanvoegende wijs — verleden
ik overnoemde
jij / je overnoemde
hij / zij / het overnoemde
wij / we overnoemden
jullie overnoemden
zij / ze overnoemden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overnoem
jullie (archaïsch) overnoemt

Onbepaalde vormen

Infinitief
overnoemen
Tegenwoordig deelwoord
overnoemend
Voltooid deelwoord
overnoemd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary