Conjugation of overmeesteren
/ˌoː.vərˈmeː.stə.rə(n)/Bevangen worden door een gevoel Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overmeester |
| jij / je | overmeestert |
| hij / zij / het | overmeestert |
| wij / we | overmeesteren |
| jullie | overmeesteren |
| zij / ze | overmeesteren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overmeesterde |
| jij / je | overmeesterde |
| hij / zij / het | overmeesterde |
| wij / we | overmeesterden |
| jullie | overmeesterden |
| zij / ze | overmeesterden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overmeestere |
| jij / je | overmeestere |
| hij / zij / het | overmeestere |
| wij / we | overmeesteren |
| jullie | overmeesteren |
| zij / ze | overmeesteren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overmeesterde |
| jij / je | overmeesterde |
| hij / zij / het | overmeesterde |
| wij / we | overmeesterden |
| jullie | overmeesterden |
| zij / ze | overmeesterden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overmeester |
| jullie (archaïsch) | overmeestert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overmeesteren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overmeesterend |
Voltooid deelwoord
| — | overmeesterd |