Conjugation of overlommeren
/ˌoː.vərˈlɔ.mə.rə(n)/to overshadow, to adumbrate Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overlommer |
| jij / je | overlommert |
| hij / zij / het | overlommert |
| wij / we | overlommeren |
| jullie | overlommeren |
| zij / ze | overlommeren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overlommerde |
| jij / je | overlommerde |
| hij / zij / het | overlommerde |
| wij / we | overlommerden |
| jullie | overlommerden |
| zij / ze | overlommerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overlommere |
| jij / je | overlommere |
| hij / zij / het | overlommere |
| wij / we | overlommeren |
| jullie | overlommeren |
| zij / ze | overlommeren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overlommerde |
| jij / je | overlommerde |
| hij / zij / het | overlommerde |
| wij / we | overlommerden |
| jullie | overlommerden |
| zij / ze | overlommerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overlommer |
| jullie (archaïsch) | overlommert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overlommeren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overlommerend |
Voltooid deelwoord
| — | overlommerd |