HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overlezen — definition

Conjugation of overlezen

Regular CEFR B2
ˈoːvərˌleːzə(n)

tijdens het lezen niet opmerken, over het hoofd zien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overlees
jij / je overleest
hij / zij / het overleest
wij / we overlezen
jullie overlezen
zij / ze overlezen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overlas
jij / je overlas
hij / zij / het overlas
wij / we overlazen
jullie overlazen
zij / ze overlazen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overleze
jij / je overleze
hij / zij / het overleze
wij / we overlezen
jullie overlezen
zij / ze overlezen
Aanvoegende wijs — verleden
ik overlaze
jij / je overlaze
hij / zij / het overlaze
wij / we overlazen
jullie overlazen
zij / ze overlazen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overlees
jullie (archaïsch) overleest

Onbepaalde vormen

Infinitief
overlezen
Tegenwoordig deelwoord
overlezend
Voltooid deelwoord
overlezen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary