HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overlasten — definition

Conjugation of overlasten

Regular CEFR B2
ˌoː.vərˈlɑstə(n)

te zwaar belasten of beladen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overlast
jij / je overlast
hij / zij / het overlast
wij / we overlasten
jullie overlasten
zij / ze overlasten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overlastte
jij / je overlastte
hij / zij / het overlastte
wij / we overlastten
jullie overlastten
zij / ze overlastten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overlaste
jij / je overlaste
hij / zij / het overlaste
wij / we overlasten
jullie overlasten
zij / ze overlasten
Aanvoegende wijs — verleden
ik overlastte
jij / je overlastte
hij / zij / het overlastte
wij / we overlastten
jullie overlastten
zij / ze overlastten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overlast
jullie (archaïsch) overlast

Onbepaalde vormen

Infinitief
overlasten
Tegenwoordig deelwoord
overlastend
Voltooid deelwoord
overlast

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary