Conjugation of overkluizen
/ˌoː.vərˈklœy̯.zə(n)/een civieltechnisch kunstwerk plaatsen waarmee een weg een andere weg, een plein of een waterloop (kruiselings) overwelfd wordt. Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overkluis |
| jij / je | overkluist |
| hij / zij / het | overkluist |
| wij / we | overkluizen |
| jullie | overkluizen |
| zij / ze | overkluizen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overkluisde |
| jij / je | overkluisde |
| hij / zij / het | overkluisde |
| wij / we | overkluisden |
| jullie | overkluisden |
| zij / ze | overkluisden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overkluize |
| jij / je | overkluize |
| hij / zij / het | overkluize |
| wij / we | overkluizen |
| jullie | overkluizen |
| zij / ze | overkluizen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overkluisde |
| jij / je | overkluisde |
| hij / zij / het | overkluisde |
| wij / we | overkluisden |
| jullie | overkluisden |
| zij / ze | overkluisden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overkluis |
| jullie (archaïsch) | overkluist |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overkluizen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overkluizend |
Voltooid deelwoord
| — | overkluisd |