Conjugation of overklokken
to overclock Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overklok |
| jij / je | overklokt |
| hij / zij / het | overklokt |
| wij / we | overklokken |
| jullie | overklokken |
| zij / ze | overklokken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overklokte |
| jij / je | overklokte |
| hij / zij / het | overklokte |
| wij / we | overklokten |
| jullie | overklokten |
| zij / ze | overklokten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overklokke |
| jij / je | overklokke |
| hij / zij / het | overklokke |
| wij / we | overklokken |
| jullie | overklokken |
| zij / ze | overklokken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overklokte |
| jij / je | overklokte |
| hij / zij / het | overklokte |
| wij / we | overklokten |
| jullie | overklokten |
| zij / ze | overklokten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overklok |
| jullie (archaïsch) | overklokt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overklokken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overklokkend |
Voltooid deelwoord
| — | overklokt |