Conjugation of overklassen
/ˌoː.vərˈklɑ.sən/heel veel beter zijn dan iets of iemand anders Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overklas |
| jij / je | overklast |
| hij / zij / het | overklast |
| wij / we | overklassen |
| jullie | overklassen |
| zij / ze | overklassen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overklaste |
| jij / je | overklaste |
| hij / zij / het | overklaste |
| wij / we | overklasten |
| jullie | overklasten |
| zij / ze | overklasten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overklasse |
| jij / je | overklasse |
| hij / zij / het | overklasse |
| wij / we | overklassen |
| jullie | overklassen |
| zij / ze | overklassen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overklaste |
| jij / je | overklaste |
| hij / zij / het | overklaste |
| wij / we | overklasten |
| jullie | overklasten |
| zij / ze | overklasten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overklas |
| jullie (archaïsch) | overklast |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overklassen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overklassend |
Voltooid deelwoord
| — | overklast |